Daarstraks liep ik naar de bushalte. Nu ja, liep. Het was eerder een soort zig-zaggen door de plassen gesmolten sneeuw, grijs-gele drab en spekgladde delen op de weg.
Voor deze kunst moet je je blik stevig op de weg hebben, waardoor je dan ei zo na wordt omvergereden door een vermoeid kijkende buschauffeur, blij dat hij met minder dan een uur vertraging kan wegglijden.
Mijn bus had uiteraard ook vertraging, meer dan een halfuur zelfs. Een beetje huppelend in de kou doe ik dan wat ik altijd doe: mijn gsm bovenhalen.
Normaal gezien baal ik lichtjes bij vertragingen maar aangezien je toch niet meer kan doen buiten er over klagen, verzuurde lezersbrieven naar nieuwswebsites sturen en agressie tonen tegenover de chauffeur kan je maar beter jezelf even in stilte bezig houden.
Ideaal momentje om je mails te beantwoorden, wat te tweeten en uiteraard een sms’je te sturen ‘dat je wat later gaat zijn’.
Het spijtige aan de hele zaak is wel dat het gewoonweg koud is in de winter. En als je dan moet wachten op de bus drapeer je zoveel mogelijk stof om je lijf als je maar kan. Mijn vingers steken dan ook in knalrode, erg comfy handschoentjes. Wat het hanteren van een touchscreen erg moeilijk maakt: het ding weigert namelijk te luisteren naar mijn in pluche gehulde commando’s.
Oké, een heel verslag typen is dus niet mogelijk. Maar! In plaats van me te staan vervelen in de kou en nukkig voor me uit te kijken gebruik ik liever een lichaamsdeeltje dat niet of nauwelijks bedekt is.
Mijn neus.
Ja, dat lees je goed! Ik haal de screensaver naar beneden, navigeer me behendig naar mijn e-mails en naar mijn sms’jes. Mijn gsm, blij met echt menselijk contact, luistert braaf en toont me wat ik wil.
Ikzelf moffel me een beetje weg achter een paal en mijn sjaal terwijl mijn reukorgaan het warm krijgt bij het kwijten van zijn ongewone taak.
Alles beter dan je gsm helemaal niet te kunnen gebruiken natuurlijk.








