I’m so tired of the same old crud
Sweet baby, I need fresh blood

I’m so tired of the same old crud
Sweet baby, I need fresh blood

Een tijdje geleden schreef ik een blogpost over hoe ik een echo ging laten maken van mijn achillespezen. Eind 2009 begon dus, na bijna een jaar pijn ervaren, de zoektocht naar het mysterie: wat zorgt ervoor dat ik door het leven ga met het lijf van een bomma? En dan niet zo eentje die gezwind voordringt op de bus, nee, eerder de kromgebogen besjes met hun looprek die je niet voorbij kan op de stoep.
Na kinesist (waar ik zuchtend werd weggestuurd wegens hopeloos), fysische geneesheer, bloedonderzoek, testen met naalden en elektriciteit, scanner (van onderrug, alles in orde) weer fysische geneesheer en ten slotte reumatoloog werd het verdict fibromyalgie.
En wat is dat nu eigenlijk?
Ik probeer het wel eens uit te leggen, maar aangezien ik er zelf niet veel van snap en het moeilijk uit te leggen valt, levert dat meestal niet veel resultaat op.
Andere: Ja maar wat heb je dan?
Ik: Spierpijnen vooral. Erg veel.
Andere: Oké maar waar dan?
Ik: Ja, eigenlijk overal. Ik zou zeggen vooral benen, rug, schouders. En armen.
Andere: Maar wat voor pijn dan?
Ik: Zoals stijfheid, zoals je na een zware inspanning zou hebben. Maar ook veel zeurende pijn. En soms stekende. Niet één soort pijn.
Andere: Wanneer heb je dan pijn?
Ik: Wel, als ik even stilzit. Maar ook als ik beweeg.
Andere: Beeld je je dat dan niet in?
Zeer vermoeiend, en meestal geef ik het al bij voorbaat op. Ik zei ook wel eens “weke delen-reuma”, maar dan denken ze om de een of andere reden meteen aan rolstoelen enzo.
Een paar maanden geleden kreeg ik voor het eerst medicijnen. En binnenkort mag ik naar de chronische pijnkliniek.
Dus we komen er wel. Traag maar gestaag.
Avanti!
“As there were no clients, when I did attend, I spent most of the day playing a game called ‘Staring at the wall wondering what happy people are doing’ and answering calls by pretending I was a confused Cantonese woman.”

Je hebt dag- en je hebt nachtmensen zeggen ze, en ik zou mezelf toch in de tweede categorie indelen. ’s Nachts heb ik altijd het beste kunnen leren, feesten, wenen, leven, tot de vogeltjes weer floten en de mensen naar de bakker vertrokken. Dan was het mijn beurt om te gaan slapen.
Het leven als werkmens was dan ook een aanpassing. Plots moest ik meedoen met de sleur van het leven op de cadans van de te laat komende maar toch veel te vroeg vertrekkende trein. Opeens liep ik langs mensen op weg naar de bakker. Gaan werken vond ik niet erg, maar vroeg gaan slapen en vroeg opstaan wel.
’s Avonds klaarwakker woelen in bed. ’s Ochtends de harde, gemene wekker naar de realiteit, opstaan maar, if you snooze, you lose. Wakker worden is altijd een beetje sterven.
Maar het ritme kwam er. Stilaan viel ik ’s avonds in slaap in de zetel, zoals het hoort nietwaar, en in de weekends wordt er voorgenomen om eens geweldig uit te slapen maar het bioritme zei plots nee, zomaar.
Sinds een paar weken is dat opeens ook weer voorbij. De maan vraagt me naar haar te staren. Ik doe dat ook gewillig, in mijn pyjama op het terras. ’s Avonds ben ik nog even moe als anders, maar slapen wil niet meer zomaar lukken. Ik voel me alsof ik heimwee heb, maar ik ben thuis.
I long for the neon signs of night.
I was out in the city
I was out in the rain
I was feeling down hearted
I was drinking again


Vandaag kwam ik terecht op zo een van die websites die ik meteen leuk vond. Het concept is nochtans gewoon vrouwen in reclame over auto’s, door de jaren heen.
Totally loved it.




Nu uit op dvd! Enge dolfijnen en spandex zwembroeken, een killercombinatie.

Met waarlijk dappere helden!

Pràtende dolfijnen!

En met ontploffende dingen!

Taglines never lie.
Ik ben dol op dierenprogramma’s.
Ik vraag me wel eens af waarom. Wat is er zo leuk aan? Meestal gaat het over hetzelfde. Een grote witte haai jaagt op een school vissen die uit elkaar spat. Leeuwinnen, rennend achter een wegschietende gazelle. Een orka aan de kustlijn, spiedend op een hoopje zeehonden. Tuimelende dolfijnen die doen alsof ze schattig zijn. Kleurrijke vogels. Eenzame ijsberen. Rondtrekkende olifanten.
Zelden eens een lama, capibara, struisvogel, blobvis of chinchilla.
Een van mijn favoriete dieren om naar te kijken blijft desondanks de haai. Terwijl ie dreigend door het water zweeft en de commentaarstem dingen zegt die andere comentaarstemmen me al hadden toevertrouwd blijf ik enthousiast inwendig een Jaws-tune afspelen*.
Een andere van mijn favorieten is het nijlpaard. Omdat het er grappig uitziet en veel mensen doodt. Omdat het niet vooruit schijnt te komen terwijl het toch 60 km/uur kan. Omdat vissen hen wassen.
Maar het allerleukste blijven de WTF?!-momenten. Zelfs na het zien van talrijke documentaires zijn er dieren wiens naam je nog nooit hoorde en ook meteen vergeet. Dieren die enkel doen denken Wie verzint er nu zoiets? Over het rare gedrag, zoals vissen die een rots beklimmen, kan ik het niet eens hebben.
Maar dat maak ik hierbij meteen goed met een hoop foto’s van WTF-dieren.








*Behalve bij de walvishaai, dan maak ik meestal luidop stofzuiggeluiden